Uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 17 februari 2020

Verzoekster heeft een sterke afkeer van haar officiële voornamen, Marcella Catherine.* Dit komt omdat deze namen haar in herinnering doen brengen aan haar vader, met wie zij in het geheel geen band heeft.

Toen de moeder van verzoekster destijds zwanger van haar was, was de enige reactie van de vader van verzoekster dat zij ervan afstand van diende te doen. Al snel liep de relatie tussen de ouders van verzoekster stuk en besloot de moeder van verzoekster haar alleen groot te brengen. Om toch zorg te dragen voor een connectie tussen verzoekster en haar vader, besloot de moeder van verzoekster haar bij de geboorteaangifte te vernoemen naar haar vader, Marcel. In de beleving van verzoekster heeft het gedrag van haar vader enkel in het teken gestaan van leugens, waaronder het feit dat gebleken is dat haar vader in werkelijkheid niet de naam Marcel droeg. Tot een (hechte) band tussen verzoekster en haar vader is het helaas nooit meer gekomen.

Al op jonge leeftijd gebruikte verzoekster een andere naam. Verzoekster verzon samen met haar vriendinnetje thuis vaak andere namen. Op school droeg verzoekster de naam Marcella en ze wilde niet omgaan met kinderen die haar met deze naam kenden. Ze wilde de naam zo veel mogelijk bij haar weg houden. Verzoekster heeft het altijd vreselijk gevonden om zich aan iemand voor te stellen en dan haar naam te moeten zeggen; ze heeft een zeer sterke afkeer van de naam Marcella en alle mogelijke varianten daarop. Het is haar naam niet, nooit geweest ook. Het voelde alsof verzoekster elke keer loog als ze de naam Marcella gebruikte. Verzoekster beschouwt de naam als zijnde afkomstig van iemand die haar heeft afgewezen.

Gelet op de motivatie van verzoekster wijst de rechtbank het verzoek (schriftelijk) toe. Er heeft geen mondelinge behandeling ter zitting plaatsgevonden.

* Echte voornaam is gefingeerd.